Voorwoord
In Groot Brittannië dacht men tot vlak voor de uitbraak van de
Tweede Wereldoorlog, dat een eventuele oorlog ongeveer hetzelfde
verloop zou hebben als de Eerste Wereldoorlog. Men was er van
overtuigd dat een zware bepantserde tank het beste was om de
infanterie te ondersteunen. Er moest een tank komen die steile
hellingen kon nemen en over verwoest terrein kon manoeuvreren. Omdat
het een tank was voor begeleiding van de infanterie was er geen
grote snelheid vereist. Er werd opdracht gegeven aan Harland &
Wolff om vier prototypes te bouwen onder de specificatie A20. De
eerste daarvan was in juni 1940 gereed om te worden getest.
Het prototype van de A20
Tijdens die eerste testen werd duidelijk dat de basis wel deugde
maar te onderhevig was aan mankementen. Ook werd toen bepaald dat er
een 2-pounder kanon in de toren moest. Een kanon dat toen eigenlijk
al te licht was voor het doel waar de tank voor bedoeld was.
Een A22 wordt aan een modderige test onderworpen
Na de evacuatie van Duinkerken bleek dat de Britten nog maar de
beschikking hadden over ongeveer 100 tanks om het land te kunnen
verdedigen. Vauxhall kreeg de opdracht het concept van de A20 te
verbeteren en snel in productie te nemen, het liefst binnen een
jaar. Vauxhall werd gekozen vanwege de motor, een Vauxhall-Bedford,
welke gekozen was als krachtbron voor de A20. In november 1940 kwam het
eerste vernieuwde en verbeterde prototype, de A22 Infantry Tank Mk
IV, uit de fabriek.
De
Churchill
Van de order voor 500 A22's, werden de eerste 14 geleverd in juni
1941. Door de grote haast tijdens de productie bleken de eerste
voertuigen zeer veel problemen te vertonen. In de jaren 42-43 werd
het concept constant aangepast en verbeterd. Onder supervisie van
Vauxhall werkten andere bedrijven ook aan de A22, die nu de naam
'Churchill' voerde. De productie groep bestond, naast Vauxhall, uit
Broom & Wade, Birmingham Carriage & Wagon, Metropolitan
Cammel, Charles Roberts, Newton Chambers, Cloucester Railway
Carriage, Leyland, Dennis en Harland & Wolff.
Het 2-pounder kanon in de gegoten toren van de Infantry Tank Mk
IV, Churchill Mk I ontbeerde een 'high explosive' granaat (HE - hoog
explosief). Om het 2-pdr kanon te ondersteunen werd een 3 inch
houwitser in de romp geplaatst direct links naast de bestuurder.
De Infantry Tank Mk IV,
Churchill Mk I, met de 3 inch houwitser in de romp.
Aangezien het zicht belemmerd werd door de ver uitstekende
loopvlakdragers voor de rupsbanden en de houwitser maar beperkt kon
bewegen in zijn lage positie, was dit wapen meestal een doelloos en
extra gewicht voor de Churchill. De houwitser verloor zijn plaats
aan een 7.92 kaliber Besa machinegeweer, aldus ontstond de
Churchill Mk II. In de toren was nu tevens een mechanisme aangebracht
dat er rookgranaten kon afvuren.
Een rij Churchill Mk
II's, de houwitser is verruild voor het Besa machinegeweer
In maart 1942 werden de eerste Churchill Mk III's geproduceerd.
Het 2-pdr kanon was vervangen door een veel effectiever kanon, de
6-pounder. De hele toren moest er voor worden aangepast en bestond
nu uit gelaste pantserplaten. Maar al snel was er een gebrek aan het
te gebruiken staal voor de pantserplaat. Er werd een nieuw te gieten
toren ontwikkeld, waardoor de Churchill Mk IV ontstond, de meest
gebouwde versie van de Churchill.
Links de vroege tracks, rechts de latere uitvoering
De eerste Mk IV's, met een 6-pdr,
die uit fabriek rolden, waren te onderscheiden van de latere versie
aan het balansgewicht aan het eind van de loop. Voor het 6-pdr kanon
was wel een HE granaat beschikbaar, maar vanwege het kleine kaliber
(57mm) nog lang niet effectief genoeg.
Duitsers poseren trots op een uitgeschakelde Churchill na de Dieppe landing
De eerste actie zag de Churchill op 19 augustus 1942 tijdens de
landing bij Dieppe als onderdeel van Operation Jubilee. Dertig Churchill's Mk I's, Mk II's en Mk III's
werden ingezet, maar geen enkele Churchill wist te imponeren. Het
strand, bestaande uit los grind, maakte het lastig manoeuvreren met
de Churchill. Er werden hele belangrijke lessen getrokken uit deze
landing (Twee jaar later, op 6 juni 1944, zouden deze lessen hun
vruchten afwerpen).
Een Churchill met het 75mm kanon uit een Sherman tank
Zes Mk III werden naar Afrika verscheept waar ze
werden ingezet bij de slag om El Alamein in oktober 1942. Het First
Army werd daarna uitgerust met 120 Mk IV's, waarvan vele hun 6-pdr
vervingen door een kanon van uitgeschakelde M4 Sherman tanks.
Een Churchill Mk IV als monument bij 'Hillman' batterij, Normandië
Was de Mk IV de standaard Churchill geworden, daar stopte de
ontwikkeling niet. De bepantsering werd steeds zwaarder uitgevoerd
en details werden veranderd, zoals de vierkante toegangsdeuren aan
de zijkanten werden rond uitgevoerd. Ook het zichtluik van de
bestuurder werd rond gemaakt. Ondanks het toenemen van het gewicht
tot over de 40 ton, bleef de krachtbron een Bedford 'Twin Six' 12
cilinder water gekoelde benzine motor. Met een kracht van 350 pk
wist het een snelheid te produceren van 25 km/u.
Let op de ronde luiken aan de zijkant van deze Churchill Mk VII
Een Churchill Mk VII als monument op 'Heuvel 112'
In 1943 kreeg de
Churchill weer een ander kanon, de Britse versie van het 75mm kanon
zodat ook Amerikaanse HE munitie gebruikt kon worden. Deze versie
kreeg de benaming Mk VII. Ondanks deze verbetering bleven nog vele
Mk IV's in actie met hun 6-pdr.
Voor een vervolg over de
'speciale' Churchill's, klik op onderstaande foto
|